VAN PANNENKOEKBAKKER TOT MULTIHOTELIER
VAN PANNENKOEKBAKKER TOT MULTIHOTELIER
Familiegeschiedenis
Met meer dan honderd hotels, die bijna allemaal door familieleden worden geleid, is Van der Valk een familiebedrijf dat zijn weerga niet kent. Een grote familie die al zo lang met elkaar samenwerkt, zorgt keer op keer voor interessante verhalen. Lees hier over het ontstaan van het bedrijf en het fijne thuisgevoel dat gasten en medewerkers bij Van der Valk ervaren.
Ons huis in Melle werd in 2001 door Han en Ine Van der Eijk geopend, onder andere met hun kleine zoon Thijs. Daarna hebben Lucie Luiten-Simons en Thymen Simons, evenals Alex en Roxanne Luiten en Cas Polman en Lotte van Baak ons hotel succesvol voortgezet. Sinds 2024 is Thijs van der Eijk weer in Melle en leidt hij het huis samen met zijn partner Maril van der Stegen.
„Daar staat een woonkamer in het doorgeefluik“! Deze uitdrukking is nog steeds in veel Van der Valk-restaurants te horen. Het betekent, voor de leek, dat de personeelsmaaltijd klaar is. Het doorgeefluik heeft in de eerste Van der Valk-restaurants de keuken met de eetzaal verbonden. Waarom wordt de personeelsmaaltijd echter als woonkamer aangeduid? Dit wordt zo genoemd, omdat de eerste medewerkers gewend waren in de woonkamer van de familie Van der Valk te eten.
De drie broers en zussen Riet Broeks, El de Bruijn en Wil Polman behoren tot de oudste van de derde generatie en herinneren zich dat nog heel goed. El de Bruijn: „We woonden met vijf broers en zussen in het restaurant „Bijhorst“ en hadden destijds geen kantine, zodat alle medewerkers hun maaltijden in de woonkamer van de familie aten.“ Riet Broeks: „We hadden in die tijd nog niet veel personeelsleden en er waren altijd familieleden bij ons thuis.“ Wil Polman: „Mijn moeder merkte op een gegeven moment dat we geen echte woonkamer meer hadden, omdat er altijd zoveel mensen in huis waren – dus verhuisden we naar een huis dat achter het restaurant was gebouwd.“
Hoe alles begon…
Martinus Van der Valk was de jongste van 24 broers en zussen. Misschien is dat de reden waarom hij elke kans greep die zich voordeed. ‘Raap elk blaadje sla op dat anderen achteloos weggooien’ zei zijn vader altijd - hij nam deze woorden ter harte. Nadat zijn moeder in 1929 was overleden, kocht hij het erf de Gouden Leeuw in Voorschoten, bij de boerderij hoorde ook een café. Hij maakte op een slimme manier van elke gelegenheid gebruik. Eens ruilde hij een paard voor een auto die de volgende dag niet meer startte. Om toch iets uit de ruil te halen, monteerde Martinus de wielen van de auto aan zijn paardenkoets, die daardoor geruisloos reed. Kort daarna kwamen andere koetsbezitters om wielen voor hun koetsen bij hem te kopen. Bovendien was hij succesvol in de autohandel. Voor die tijd reisde Martinus veel rond. Hij merkte dat je nergens zo goed kon eten als thuis. Daarmee was het idee voor het café geboren en al snel konden de gasten daar lekker eten.
Martinus bleef werken in de autohandel, terwijl zijn vrouw Riet het café runde. Ze hadden niet minder dan 12 kinderen en werkten hard en rustten zich maar zelden uit. Martinus had veel ideeën en visioenen. Een daarvan was dat hij voor elk van zijn 12 kinderen een bedrijf zou kopen. Terwijl Riet zijn taken overnam zocht Martinus naar geschikte bedrijven om te kopen. Hun kinderen kregen de ondernemingen niet cadeau, integendeel ze moesten er hard voor werken. Dat deden hun kinderen ook, volgens de filosofie van de vader. Martinus kocht vaak bedrijven die financieel slecht stonden, om ze weer succesvol te maken – hem was tenslotte geleerd elk sla blaadje dat anderen weggooien op te rapen.
In de jaren tachtig en negentig groeide het bedrijf snel. Daarbij werden niet alleen bestaande zaken opgekocht, maar werden vooral ook nieuwe vestigingen opgebouwd. Martinus' zonen Arie en Gerrit van der Valk begonnen de leiding van het bedrijf in de voorste linie over te nemen. Terwijl Arie zich met de financiën bezighield, was Gerrit meer ondernemer en vertegenwoordiger. De hele familie heeft altijd meegeholpen: “Als kinderen kunnen lopen, kunnen ze ook glazen afwassen”, zei grootvader Martinus ooit.
Hard werken, veel plezier
Alle kinderen van de familie Van der Valk begonnen al vroeg in het familiebedrijf te werken. Ruit Luiten: „We brachten onze zondagen door met tafelkleden vouwen, bonen doppen of bestek poetsen. Er was altijd iets te doen en mijn moeder zorgde ervoor dat we altijd genoeg werk hadden.“ El de Bruijn: „ Ze vond het altijd heel leuk en maakte er van alles een wedstrijd van. Wie bijv. de meeste bonen dopte of de meeste tafelkleden vouwde, kreeg een beloning. Riet: „Er was wit brood met kaas of we konden gaan zeilen. Het was erg gezellig, omdat ook vrienden en neven hielpen en we altijd een grote groep waren. 's Avonds, na het werk, hadden we altijd een overvloedig gezamenlijk avondeten. Mijn moeder stond het personeel nu niet meer toe het nieuwe huis te betreden. Desondanks was de tafel met negen kinderen, vrienden en neven altijd vol. Het eten werd gevierd, wat waarschijnlijk de reden is waarom ik tot op de dag van vandaag van eten hou,“ zegt de oudste zus lachend. El: „Ik had een echt fantastische jeugd. Mijn ouders werkten weliswaar heel veel, maar omdat onze zaak direct naast ons huis lag, waren ze er altijd.“
Inmiddels zijn er meer dan honderd jaar verstreken sinds de start en zijn er talrijke vestigingen bijgekomen. Naast Nederland ook in Duitsland, België, Frankrijk, Spanje en de Nederlandse Antillen. Geleidelijk neemt de vierde generatie de zaken in de huizen over, in sommige hotels gaat de vijfde generatie zelfs al aan het werk en onlangs werd het eerste lid van de zesde generatie geboren. Het is de kinderen van de familie niet voorgeschreven in de horeca te werken, maar slechts zeer weinigen laten zich de unieke kans ontgaan om het familiebedrijf succesvol mede vorm te geven. Ze werken samen en creëren aantrekkelijkere en betere bedrijfsmodellen, die ze op hun beurt aan de komende generatie kunnen doorgeven – geheel in de geest van Martinus.
Tweede thuis
De mensen die voor Van der Valk werken, beschouwen het vaak als hun tweede thuis en gasten voelen zich door de familiale sfeer bijzonder welkom. Het familiale karakter wordt in het familiebedrijf Van der Valk door de aanwezigheid van de familieleden dagelijks geleefd. De inrichting is modern maar vooral gezellig. De hotels zijn op gezinnen afgestemd, zodat bijna alle restaurants een speelhoek hebben en er op de menukaart ook iets lekkers voor kinderen staat.
In het verleden werd bij Van der Valk gekookt zoals de gast thuis kookte. Tegenwoordig proberen de hotels een stap verder te gaan en de gasten een bijzondere culinaire beleving te bieden. Één ding is door de jaren heen echter niet veranderd: het goede gevoel om thuis te komen, te genieten van heerlijke gerechten en dranken en ontspannend in een behaaglijke omgeving te overnachten.
Waarom de toekan?
Het is de meest gestelde vraag aan de familie Van der Valk: „Waarom hebben zij een toekan en geen valk in het logo?“ Het antwoord vindt men in de aankoop van vogelpark Avifauna. De familie was op zoek naar een symbool voor de hele familie. Na de Tweede Wereldoorlog verbond men in Nederland niets positiefs met roofvogels, omdat ze de nazi's als symbool dienden. Zo zei Gerrit Van der Valk: „Zolang de valk slaapt is er niets, als hij echter jaagt, lijkt hij op een adelaar. Een toekan is een mooie, grote tropische vogel, een vrolijk en gezelschappelijk dier, dat veel beter bij ons past.“ De toekan die als voorbeeld diende sierde de menukaart in Avifauna.